logo ouders online

vrijdag 29 februari 2008

Nederlandse ouders over het gebruik van de Pegi-classificatie

Kinderen worden wel betrokken bij het beslissen welke games er gekocht worden, maar uiteindelijk zijn het toch vooral ouders die de aankopen doen (in 50% van de gevallen door de ouders zelf, in ruim 26% van de aankopen door ouders en kinderen samen). Slechts een kleine 12% van de kinderen koopt de games zelfstandig.

Dit blijkt uit een onderzoek van Vincent Nicolai, waarmee hij in 2007 afstudeerde aan de Universiteit Utrecht (Nieuwe media en digitale cultuur). Zij scriptie ging over de videogame-classificatie op mondiaal en lokaal niveau. Hij vergeleek een aantal classificatie-systemen voor games en deed zelf een onderzoek onder Nederlandse ouders over hoe zij Pegi gebruiken.

Helft van de ouders kent Pegi nog niet
Uit dit onderzoek, dat in de eerste helft van 2007 is uitgevoerd bleek iets meer dan de helft van de ouders Pegi te kennen. In vergelijking tot de bekendheid en het gebruik van bestaande classificatiesystemen in andere landen, scoren de Nederlandse ouders heel redelijk. Pegi bestaat nog maar kort, waardoor we mogen verwachten dat de bekendheid nog kan groeien.

Ouders tevreden over leeftijd-aanduidingen, minder over de pictogrammen
Ruim driekwart van de ouders die Pegi kent is redelijk tot zeer tevreden met het systeem van de leeftijdaanduidingen. Ruim 20% is ontevreden. Als het gaat om de aanduiding van de inhoud met de pictogrammen voor geweld, is de tevredeheid groter. Daar is ruim 90% tevreden over, en slechts een kleine 10% ontevreden.

De aanduiding van de leeftijd wordt gek genoeg wel vaker gebruikt dan de inhoudspictogrammen: 60% geeft aan de leeftijdsindicatie altijd te gebruiken, in tegenstelling tot de inhoudspictogrammen, die slechts door 35% altijd gebruikt wordt.

Ouders praten weinig over de inhoud van games
Nicolai heeft deze resultaten vergeleken met onderzoek onder Deense ouders, en constateert dat de Denen de inhoudspictogrammen vaker zeggen te gebruiken. Een ander verschil met het Deense onderzoek is dat Deense ouders vaker met hun kinderen praten over de inhoud van de games.

Begrip pictogrammen kan beter
De inhoudspictogrammen worden niet allemaal even goed begrepen. De aanduidingen voor angst, gokken, taalgebruik en geweld worden het beste herkend, die voor drugs en seks minder, en die voor discriminatie het minst (slechts 29% kan die duiden).

Nicolai: "Zorgwekkend is dat een kwart van de ouders die een fout antwoord gaven voor het pictogram voor seksuele inhoud, dachten dat het ging om de aanduiding dat het spel geschikt was voor jongens en meisjes. Als ze op basis daarvan een game aanschaffen, komen ze bedrogen uit."

pictogram betekent: 'bevat seks en/of seksuele toespelingen' en niet: 'geschikt voor jongens en meisjes'

Het zijn geen grote getallen ouders die ondervraagd zijn, en wellicht was het ook geen representatieve groep (ze zijn via webfora gevonden, waaronder het Forum van Ouders Online), maar het geeft wel aan dat de bekendheid en het gebruik van Pegi nog kan en moet verbeteren. Bovendien laat het zien dat het goed is om ouders te voorzien van een goede uitleg over de betekenis en toepasbaarheid van de pictogrammen.

Justine Pardoen

0 reacties: