In antwoord op kamervragen (van het CDA) over onderzoek waaruit zou blijken dat de Pegi-aanduidingen op games kinderen juist aantrekken tot games die mogelijk schadelijk voor hen zijn, antwoord minister Plasterk relativerend. Daarbij verwijst hij naar onderzoek waaruit dat juist niet blijkt. Er zijn ook kinderen die de Kijkwijzer en Pegi-pictogrammen gebruiken om te ontdekken waar ze niet naar willen kijken (omdat het te eng is, of te gewelddadig).
Wel maakt de minister zich zorgen over ander onderzoek waaruit blijkt dat games gemakkelijk worden meegeven aan kinderen die daar te jong voor zijn.
Ik citeer uit de beantwoording van de kamervragen:
leeftijdgrenzen van de Kijkwijzer en het PEGI systeem. Zolang jeugdigen zelfstandig een game meekrijgen die niet schadelijk is voor hun leeftijd, is het zelfstandig kopen ervan geen probleem. Op grond van art. 240a Wetboek van Strafrecht mogen verkopers van videogames geen games die schadelijk te achten zijn voor personen beneden de leeftijd van 16 jaar, verkopen aan een jongere onder de 16 jaar. Onlangs heeft mijn collega van Justitie uw Kamer bericht over de naleving van de leeftijdsgrenzen van Kijkwijzer en PEGI aan de kassa’s van bioscopen, verkooppunten (warenhuizen, speelgoedwinkels, cd/dvd-winkels en gameshops), videotheken en bibliotheken. Hieruit bleek dat deze naleving te wensen overlaat.
In overleg met de sector is afgesproken dat op het punt van transacties met kinderen jonger dan de leeftijdclassificaties concrete maatregelen zullen worden getroffen. Dit moet ertoe leiden dat de mogelijkheid voor kinderen om dvd’s en games te kopen met een hogere leeftijdsaanduiding dan die van de aankoper aanmerkelijk gereduceerd wordt. Daartoe is op 10 februari een convenant ondertekend door de minister van Justitie met de audiovisuele branches, de bibliotheken en het Nicam. Voor een verdere aanpassing van de bestaande zelfregulering zie ik geen noodzaak."
Justine Pardoen

0 reacties:
Een reactie plaatsen