Nova zond afgelopen dinsdag een reportage uit over gameverslaving. Jeroen Lemmens (UvA) promoveert binnenkort op onderzoek onder ruim 1000 gamers. Conclusie: het risico zit in de gamer zelf. Vooral gamers met PDD-NOS en ADHD zijn extra gevoelig. Daarnaast lopen eenzame jongens met problemen meer risico, maar het gamen kan hen juist nog eenzamer maken. En agressiever, juist ook door de verslaving zelf: wanneer een verslaafde moet stoppen met gamen leidt dat tot zulke grote ontregeling, dat ze dat uiten in agressiviteit.
De groep van problematische gamers lijkt 2% te zijn van alle gamers. Het gaat dan om zo'n 20.000 gamers, vooral jongens.
Het onderzoek van Lemmens bevestigt dus onze visie die we al jaren uitdragen op basis van gesprekken met deskundigen in de praktijk: gameverslaving wijst vrijwel altijd op onderliggende sociaal-emotionele problemen; het is meer een symptoom dan een oorzaak van problemen.
Uit ander Nederlands onderzoek (van Regina van den Eijnden) blijkt overigens ook dat hoe jonger je kinderen leert zich te beperken door ze regels voor tijdbesteding en die te handhaven, hoe minder kans ze lopen op problematisch internet- of gamegedrag in de puberteit.
Dus:
- Wees erg alert bij kinderen die verslaafd gedrag vertonen of kinderen uit families waarin verslaving voorkomt, van welke aard dan ook.
- Help kinderen te ervaren waar ze goed in zijn op andere gebieden dan gamen en internetten.
- Geef ze zo jong mogelijk regels over de tijdbesteding voor internetten en gamen.
Justine Pardoen




